Al helemaal in het begin van ons vissenproject kwamen we in contact met onze buurvrouw Nadine, een echte schrijfster! Het klikte meteen en een dagje later bracht ze dit exclusief voor ons geschreven kortverhaal, met natuurlijk in de hoofdrol-de vissen:
Visite
Kato de poes zat in de tuin. Ze voelde zich alleen. Er was niemand die met haar wilde spelen.
Ja, haar baasje Bas was altijd heel lief. Zo lief zelfs dat Kato spinde van plezier als hij met haar
ravotte. Maar overdag was Bas naar school. En dan zat Kato daar, in haar eentje. Ze wilde
nog wel zó graag iemands vriendje zijn. De enige andere dieren in de tuin van Bas waren
vissen. Met hen kon Kato niet spelen. Erger nog, de vissen spraken zelfs niet tegen haar. Als
ze zagen dat Kato daar weer alleen aan de oever zat, doken ze allemaal naar het diepste van
de vijver. Kato zag hoe leuk die vissen het daar hadden. Ze zwommen achter elkaar aan,
verstopten zich tussen de algen, deden visje over … Kato werd er alleen maar verdrietiger
van. Door de vissen samen pret te zien maken, viel het nog meer op hoe alleen zij wel was.
Op een dag zat Kato daar weer aan de rand van de vijver. Ze huilde, zoveel medelijden had
ze met zichzelf. De traantjes liepen tussen haar snorharen en drupten in de plas. Door die
tranen had Kato niet gezien dat er op één van de waterlelies een libelle was geland. De
libelle was een heel chique waterjuffer. Ze spiegelde zich lang en aandachtig in het
wateroppervlak en liet de zon in haar lange, groene, doorschijnende vleugels weerkaatsen.
‘O, hallo!’, zei ze toen ze Kato zag zitten, ‘Ik had u eerst niet gezien.’
Kato hoorde het niet, zo erg was ze bezig met haar verdriet.
‘Hallo, daar!’, zei de libelle weer. ‘Ik zit hier!’
Nu keek Kato op, ze kon bijna niet geloven dat de libelle het echt tegen haar had. Ze was nu
zo blij dat ze meteen vroeg: ‘Kom jij met mij spelen?’
‘Spelen? Ik ben een chique waterjuffer. Waterjuffers spelen niet, daarvoor zijn wij veel te
fragiel. Maar jij bent een kat natuurlijk. Heb jij geen kattenvriendjes om mee te spelen?’
‘Neen, hier zijn geen andere katten’, zuchtte Kato.
‘Da’s jammer voor je. Hier zijn wel vissen. Vissen kunnen heel leuk spelen,’ wist de libelle.
‘Ja, maar niet met katten. Ik mag nooit met ze meedoen,’ antwoordde Kato en ze klonk weer
triest.
‘Ja, vissen en katten, dat ligt misschien een beetje moeilijk’, zei de libelle. Maar ze had toch
met het zielige poesje te doen. ‘Wil je dat ik eens met de vissen praat? Misschien dat het
helpt?’ stelde ze voor.
Kato geloofde er niet echt in, maar toch, proberen kon geen kwaad.
‘Visite’ van Nadine Van Meerhaeghe voor de kinderen van Het Klaverblad – www.pheidippides.be
De libelle ritselde wat met het lelieblad. Algauw verzamelden er zich enkele goudvissen rond
haar in de vijver. Kato zag de monden van de vissen open en dicht gaan maar ze kon niet
horen wat ze zeiden. Toen ze weer waren weggezwommen vroeg Kato hoopvol aan de
libelle: ‘En?’
‘Helaas. Ze zeggen dat jij geen vis bent. Anders mocht je met alle plezier met ze meedoen’,
zei de libelle. Ze zag hoe Kato meteen weer heel erg zielig werd.
‘Toch bedankt’, zie Kato beleefd, maar de tranen kwamen alweer in haar ogen.
Dat zag de libelle. ‘Wacht,’ zei ze, ‘misschien dat ik er wat op gevonden heb.’
Weer ritselde de libelle met het waterlelieblad en weer verzamelden enkele vissen zich rond
haar.
‘Jullie willen niet met de kat spelen omdat de kat geen vis is, klopt?’
‘Dat klopt’, antwoordden de vissen in koor.
‘Maar de kat ís een vis!’ zei de libelle.
‘Een vis? Hoezo?’ vroegen de vissen verbaasd.
‘Als de kat aan de oever van jullie vijver komt zitten, dan komt ze eigenlijk bij jullie op
bezoek, toch?’, stelde de libelle.
‘Ja, en?’, vroegen de vissen nu al een beetje ongeduldig.
‘Dus, als de kat op bezoek komt bij jullie, is de kat VISite!’ zei de libelle enthousiast. ‘VISite,
dat is ook een soort vis.’
‘VISite … VISite …’ herhaalden de vissen. ‘Ja, inderdaad, je hebt gelijk. Zo hadden we het nog
niet bekeken, VISite, dat is ook vis. Er is dus geen enkele reden waarom de kat niet zou
mogen meespelen.’
Toen Bas die avond van school thuiskwam en Kato riep, kwam zijn kat niet meteen. Dat was
vreemd. Bas ging buiten zoeken en vond haar aan de rand van de vijver. Toen Kato hem zag
kwam ze veel vrolijker dan anders naar haar baasje. Haar voorpoten en haar staart waren
nat, zag Bas. En achter de rug van Kato zag hij twee goudvissen nog een sierlijke sprong
maken. Wat vreemd, dacht Bas, maar hij stond er verder niet bij stil.
Sinds die middag is Kato nooit meer alleen en verdrietig. En als haar baasje Bas thuiskomt,
begroet ze hem altijd met natte pootjes en een natte staart. Waarom dat is, weet Bas nog
steeds niet, maar wij weten het wel.
Nadine Van Meerhaeghe
nog meer schoons uit haar oeuvre kan je lezen op www.pheidippides.be en op haar blog
Dankjewel lieve buurvrouw!!!